Klikzink

De kilgoot op multiplex leggen

De kil is de plek waar twee dakvlakken tegen elkaar aan komen en samen naar beneden lopen. Anders dan bij een nok of een dakrand loopt hier geen water van één vlak weg, maar van twee vlakken tegelijk naar één lijn toe. Dat maakt de kil, samen met de goot, het punt op een dak waar de meeste belasting samenkomt. Voor de banen die in de kil eindigen, betekent dat: ze lopen er niet gewoon tegenaan, ze moeten er onder een hoek op aansluiten, en die snijranden liggen precies op de plek waar het meeste water passeert.

Op een gesloten plaatvloer van multiplex is de ondergrond zelf geen probleem. Een dakvlak van tengels en panlatten heeft holle en volle delen, en de klem moet altijd op een tengel terechtkomen. Bij multiplex is de vloer overal even sterk: u kunt een klem vrijwel overal zetten zonder dat de ondergrond meewerkt of tegenwerkt. Dat is een verschil dat we ook toelichten bij de aansluiting op de dakvoet op multiplex, maar in de kil telt het net iets zwaarder, omdat de banen daar korter zijn en de klemafstand dus nauwkeuriger moet uitkomen op een aflopende rand.

Waar de plaatnaad wél iets doet

Een multiplex vloer is nooit één plaat. Hij bestaat uit platen van doorgaans 1200 bij 2500 millimeter, met naden ertussen. Die naden zijn geen zwakke plek in de zin dat ze minder sterk zijn, maar ze zijn wel de plek waar de plaat het eerst een fractie kan bewegen ten opzichte van zijn buurplaat, vooral bij vocht of temperatuurwisseling. Een klem die precies op zo'n naad terechtkomt, staat dan op de grens van twee platen die niet exact als één geheel bewegen. Op een rechte lijn in het midden van een dakvlak is dat te verwaarlozen. In de kil, waar de klemmen toch al dicht bij elkaar staan omdat de banen er schuin op eindigen, is het iets om bewust te vermijden.

In de praktijk werkt dat zo: voordat de banen gelegd worden, wordt de plaatindeling van de vloer nagelopen, en wordt de klemlijn een paar centimeter verschoven als die anders precies op een naad zou vallen. Dat is geen zware ingreep, maar iets wat wij vragen aan te geven op de legtekening, juist omdat de kil minder ruimte heeft om te schuiven dan een recht vlak. Wie hier niet op let, loopt het risico dat een klem op een naad terechtkomt die net op die plek ook het meeste water te verwerken krijgt.

De schuine snede en de laatste klem

Elke baan die in de kil eindigt, wordt op maat schuin afgekort, zodat de rand van de baan precies de lijn van de kil volgt. Die schuine rand ligt dicht bij de kilgoot zelf, en de laatste klem voor die rand draagt het meeste gewicht van het aflopende water. Op een tengelvloer is de plek van die laatste klem soms een compromis, omdat er nu eenmaal een tengel moet liggen waar de klem hem nodig heeft. Op multiplex is die vrijheid er niet nodig: de klem komt te zitten waar de constructie hem het beste kan gebruiken, dus vlak bij de snijrand, zonder dat er eerst een tengel bijgelegd moet worden.

Dat lijkt een klein voordeel, maar het scheelt in de uitvoering. Bij een tengelvloer moet de dakdekker vooraf al weten waar de kil precies loopt, om de tengels daar zo te leggen dat de klemmen bij de schuine snede terechtkomen. Bij multiplex is die stap er niet: de kilgoot wordt eerst gelegd en verankerd, en de klemposities voor de aansluitende banen worden daarna bepaald, met de plaatnaden als enige aandachtspunt. Dat is dezelfde volgorde die we beschrijven bij de aansluiting op de hoekkeper op multiplex, waar de vloer om vergelijkbare redenen meer speelruimte geeft dan een lattenwerk.

Wat er misgaat bij een fout

De meest voorkomende fout in een kil is niet de klem zelf, maar de volgorde van leggen. Als de banen van beide dakvlakken te lang worden doorgelegd voordat de kilgoot verankerd is, ontstaat er een verkeerde overlap: de baan die het laatst gelegd wordt, moet dan om de andere heen vallen in plaats van ertegenaan, en dat is precies andersom dan wat het water nodig heeft. Op multiplex is dat makkelijker te voorkomen dan op een tengelvloer, omdat er geen rekening gehouden hoeft te worden met waar een tengel wel of niet ligt: de kilgoot kan eerst volledig op zijn plek komen, en de aansluitende banen worden daarna ingemeten en schuin afgekort op de werkelijke situatie in plaats van op een tekening.

Een tweede fout is een klem te dicht bij de snijrand. Bij een schuine aansluiting is de rand van de plaat al smaller dan verderop in de baan, en een klem die te ver naar de rand toe geplaatst wordt, heeft minder plaatmateriaal om op te grijpen. Dat is geen kwestie van de klem zelf, die werkt op elke rand hetzelfde, maar van de plaats waar hij zit ten opzichte van de vrije rand van de plaat. In de kil komt dit vaker voor dan elders, precies omdat elke baan er schuin afloopt en er dus bij elke baan een korte, aflopende rand ontstaat waar de laatste klem bij moet komen.

Een derde punt is uitzetting, die in de kil net iets anders werkt dan op een recht vlak. Doordat de banen aan twee kanten van de kil naar elkaar toe lopen, moet de ruimte voor het uitzetten van beide vlakken bij die lijn samenkomen zonder dat de een de ander in de weg zit. Zink zet meer uit dan het stalen materiaal van onze banen, dat ongeveer half zoveel beweegt, maar ook bij deze plaatdikte moet er in de kil rekening gehouden worden met twee vlakken die onafhankelijk van elkaar een fractie bewegen. Dat is een reden waarom wij de klemruimte in de kil nooit strakker aanhouden dan op een recht vlak, en eerder iets ruimer.

Wanneer dit niet de eenvoudige oplossing is

Een kil op multiplex is in de meeste gevallen een rechttoe-rechtaan detail, juist omdat de vloer overal gelijk is. Waar het wel ingewikkelder wordt, is bij een kil die aansluit op een doorvoer of een dakraam vlak bij het laagste punt: dan moet de klemlijn van de kil rekening houden met een tweede detail dat op dezelfde plek zijn eigen bevestiging nodig heeft, zoals we toelichten bij de dakdoorvoer op multiplex. In zulke gevallen bepalen we de klemposities voor beide details in één keer, in plaats van de kil eerst los te leggen en het andere detail er later tussen te proppen.

Voor een gewone kil zonder zo'n complicatie geldt: de vloer geeft geen aanleiding tot een compromis, de plaatnaden zijn het enige waar u op moet letten, en de volgorde van leggen bepaalt of het water de goede kant op valt. Wie de kilgoot eerst verankert en de aansluitende banen daarna op maat maakt, hoeft in de kil geen andere aanpak te volgen dan op een recht dakvlak, met wat extra aandacht voor de plek van de laatste klem.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink