Klikzink
Op een flauw dak, dicht bij de ondergrens van zes graden, gebeurt er iets anders met een lange baan dan op een steil vlak. Het water stroomt langzamer af en blijft langer op de plaat staan. Precies daar, op dat trage vlak, moet de bevestiging het meeste werk verzetten, want de klemmen liggen onder een laag die niet snel leegloopt.
Boven een bepaalde lengte zet een stalen baan zoveel uit dat een vaste klem alleen niet meer volstaat. Wij werken dan met een combinatie van een vaste klem en een aantal schuifklemmen. De vaste klem legt het punt vast waar de baan niet mag bewegen, meestal aan de kop waar de aansluiting op de goot of de nok het minst beweging kan hebben. De schuifklemmen daaronder of daarboven laten de plaat toe om te krimpen en uit te zetten zonder dat de fels openscheurt of gaat golven. Op een steil dak ligt die vaste klem vaak simpelweg bovenaan, omdat het water toch snel wegloopt en er weinig tijd is voor spanning om schade te doen. Op een flauw dak ligt die keuze minder vast. Staat de vaste klem aan de onderkant, dan drukt de uitzetting de baan omhoog het vlak in, richting een aansluiting die daar niet op berekend is. Staat hij aan de bovenkant, dan trekt de baan zich terug van de laagste rand af, en dat is nu net de rand waar water het langst blijft staan. Wij bepalen daarom per project waar de vaste klem komt, aan de hand van waar de baan uitkomt en wat daar wel of niet kan meebewegen.
Een tweede verandering zit in de fels zelf. Bij een steil dak loopt het water zo snel weg dat een fels van standaardhoogte ruim voldoende is; het probleem is er hoogstens even. Bij een flauwe helling staat het water aanzienlijk langer tegen de opstaande naad aan, soms door wind tegen de looprichting in gedrukt. Dan moet de fels hoger zijn dan op een steil dak, simpelweg omdat de marge tussen normaal waterpeil op de plaat en de bovenkant van de fels kleiner is als het water blijft liggen. Een fels die op een schuin dak ruim voldoende is, kan op een flauw dak precies de hoogte zijn waarop water bij een beetje wind over de rand slaat.
Details die op een steil dak één keer hoeven, moeten op een flauw dak vaak meerdere keren. Bij een overstek, een hoekkeper of een aansluiting op een opstand herhaalt zich het probleem van het lange stilstaan van water. Waar op een steil dak een enkele opkant met een eenvoudige overlap volstaat, moet op een flauw vlak diezelfde opkant soms twee keer worden opgezet en gesloten, met een tussenliggende waterkering die het meeste al opvangt voordat het bij de kwetsbare naad komt. Dat kost meer materiaal en meer werk per strekkende meter, maar het is de reden dat een flauw dak met stalen felsbanen kan werken zonder dat het bij de eerste stevige regenbui al lek is.
De meest voorkomende fout die wij zien is dat een dakdekker de opbouw van een steil dak simpelweg schaalt naar een flauw dak. De klemafstand blijft gelijk, de vaste klem komt op de gewoonte-plek, en de fels krijgt de standaardhoogte. Op papier ziet dat er logisch uit, want het is dezelfde baan, dezelfde klem en hetzelfde systeem. In de praktijk zit het probleem niet in het systeem maar in de tijd dat het water op het vlak staat. Een vaste klem die op een steil dak nooit meer doet dan de baan op zijn plek houden, moet op een flauw dak een langdurige drukverdeling verwerken, omdat wind het staande water tegen de fels aan houdt terwijl de plaat ondertussen ook nog uitzet en krimpt met de temperatuur. Die twee krachten samen, op een plek die daar niet voor gekozen is, is precies waar op termijn een lek ontstaat, niet bij de klem zelf maar bij de aansluiting waar de klem de verkeerde kant op heeft gewerkt.
De tweede fout is de fels op standaardhoogte laten staan omdat die op andere projecten ook goed werkte. Wij hebben gezien dat dit op een dak met voldoende helling geen enkel probleem geeft en op een flauw dak, na een paar jaar, precies bij de laagste rand van het vlak toch vocht doorlaat, op een moment dat er niemand op het dak stond om het te zien gebeuren. Dat is geen fout van het materiaal maar van de keuze om de opbouw niet aan te passen aan de helling. Wij passen de felshoogte daarom aan op basis van de helling van het project, niet op basis van wat elders werkte.
Er is een derde valkuil die minder met de klem te maken heeft en meer met de volgorde van leggen. Op een steil dak kan een baan vrij snel liggen en overlappen zonder dat er water op blijft staan tussen het leggen van de ene en de volgende baan. Op een flauw dak, vooral bij een lange baan die een groot deel van de dag op het dak ligt voordat de volgende naast hem komt, kan er tussentijds al water op het vlak blijven staan. Wie dan doorwerkt zoals op een steil dak, zonder rekening te houden met tijdelijke afwatering tijdens de bouw, kan een baan leggen die al onder druk staat voordat het dak zelfs klaar is.
De keuze om de bevestiging aan te passen aan een flauwe helling hangt dus niet af van voorkeur maar van waar het water blijft en hoelang. Dat is een andere vraag dan de vraag hoe een lange baan zich gedraagt op een steil vlak, zoals wij uitleggen bij [een lange baan op een steil dak](/bevestiging/lange-baan/steil-dak), waar juist de snelheid van afwatering de bepalende factor is. Ook de manier waarop wij dit onderscheiden van de basisprincipes van een lange baan in het algemeen, zoals beschreven bij [een lange baan bij een klikdak](/bevestiging/lange-baan), is vooral een kwestie van waar het accent ligt: bij een steil dak op snelheid, bij een flauw dak op het weerstaan van langdurig contact met water.
Wat dit voor uw project betekent, is dat de plaats van de vaste klem, de hoogte van de fels en de opbouw van de aansluitingen niet uit een standaardtekening komen zodra de helling richting het minimum zakt. Wij bekijken die keuzes per project, op basis van de tekening en de exacte helling, en denken daar kosteloos in mee voordat de banen op maat gewalst worden.