Klikzink

De dilatatie op houtwolcementplaat

Een dilatatievoeg zit in het gebouw om een reden. Op scholen en hallen uit de jaren zestig en zeventig, waar houtwolcementplaat veel is toegepast als dakplaat, ligt de voeg meestal op de plek waar twee bouwdelen los van elkaar mogen bewegen: bij een uitbreiding, bij een lichtstraat, bij de overgang tussen twee bouwkundige eenheden. De voeg zelf hoort de plaat en de daaronder liggende constructie niet te raken. Onze bevestiging moet daar dus omheen worden gelegd, niet erover.

Het probleem is dat een felsbaan van 475 mm werkende breedte in principe gewoon doorloopt over een dilatatievoeg heen, tenzij er expliciet iets in de baanverdeling wordt aangepast. Een baan die de voeg negeert, klemt zich vast aan beide zijden van een naad die juist moet kunnen bewegen. Zet het gebouw dan een paar millimeter, dan trekt die beweging aan de klemmen. De klem zelf verplaatst niet mee, die zit vast in de houtwolcementplaat. Het resultaat is dat de plaat het moet opvangen in plaats van de voeg, en houtwolcementplaat is daar niet voor gemaakt.

Waarom houtwolcementplaat hier gevoeliger is

Houtwolcementplaat is een ondergrond die er compact uitziet, maar het materiaal bestaat uit houtwolvezels gebonden met cement, met veel lucht erin. Een schroef die er te dicht bij de rand van een plaatnaad in gaat, houdt minder vast dan hij lijkt, want de druk van de klem verspreidt zich niet gelijk over de vezelstructuur zoals bij een dichte plaat het geval zou zijn. Bij een gewone plaatnaad is dat al een aandachtspunt; bij een dilatatievoeg komt er een beweging bovenop die niet incidenteel is, maar structureel, jaar in jaar uit, met temperatuur en belasting.

Bij een ander soort dakplaat, bijvoorbeeld een dichte houtachtige ondergrond, kan een klem vlak naast een voeg nog behoorlijk wat trekkracht opvangen zonder dat de bevestiging losraakt. Bij houtwolcementplaat is die marge kleiner. Een klem die net op de rand van de dilatatie zit, of net te dicht erbij, trekt bij beweging het plaatmateriaal zelf los in plaats van dat de schroef zich netjes uit de plaat trekt. Dat scheelt in de praktijk nogal: een losgetrokken schroef kun je herstellen met een iets grotere schroef of een andere positie, maar uitgescheurd houtwolcement rond een gat is blijvende schade aan de ondergrond zelf.

Hoe de baanverdeling er dan uit ziet

In de praktijk betekent dit dat we de dilatatievoeg meenemen in de baanverdeling voordat de eerste plaat wordt gelegd, niet achteraf. De banen worden op maat gewalst tussen 450 en 8000 mm, op de millimeter afgekort, en dat maakt het mogelijk om een baan precies te laten eindigen voor de voeg begint en een nieuwe baan precies te laten beginnen erna. Er wordt dus geen doorlopende baan over de voeg heen gelegd die vervolgens los moet worden gemaakt van de klem ter plaatse; de voeg krijgt een eigen overgang in het felswerk.

Die overgang wordt met een los detail afgewerkt dat de twee bouwdelen van elkaar loskoppelt, terwijl de klemmen aan weerszijden op voldoende afstand van de voegrand in de plaat zitten. Hoeveel afstand dat precies moet zijn, hangt af van de breedte en de verwachte bewegingsrichting van de voeg, en dat bekijken we per project op tekening. Meedenken op tekening kost niets, en bij een dilatatievoeg is dat geen overbodige stap: een verkeerd geplaatste klem valt na montage niet meer eenvoudig te verplaatsen zonder een nieuw gat in de plaat te maken.

Wat er misgaat bij een gewone doorloop

Het meest voorkomende foutbeeld is niet dat iemand de voeg vergeet, maar dat de baanverdeling wordt gemaakt zonder rekening te houden met waar de voeg precies loopt ten opzichte van de plaatranden. De felsbaan wordt dan strak op maat gewalst voor het dakvlak als geheel, en de voeg valt toevallig midden in een baan of net op een klem. Op dat moment is er geen ruimte meer om de klem te verschuiven zonder de baan opnieuw te laten walsen.

Een tweede foutbeeld zit in de coating en de plaat zelf: bij uitzetting van de felsbaan, die ongeveer half zoveel uitzet als zink, verschuift het metaal een fractie ten opzichte van de klemmen die vastzitten in de ondergrond. Dat is normaal gedrag en daar zijn de klemmen op berekend, zoals ook wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/bevestiging/houtwolcementplaat/nok). Bij een dilatatievoeg komt daar de eigen beweging van het gebouw nog bovenop. Twee bewegingen die elkaar niet volgen, op dezelfde plek in de bevestiging, is een optelsom die de klem niet hoort te dragen. Vandaar dat de voeg in het felswerk een eigen, los detail krijgt in plaats van dat hij binnen het normale uitzettingsgedrag van de baan wordt meegenomen.

Een derde punt is de volgorde op de bouw. Als de dilatatievoeg pas wordt gemarkeerd nadat de eerste banen al liggen, ontstaat het risico dat de klemmen die er al in zitten precies op de verkeerde plek staan. Op houtwolcementplaat is dat lastiger te herstellen dan op een dichte ondergrond, omdat een extra of verplaatst schroefgat in het materiaal zelf een zwakke plek achterlaat die je niet ongedaan maakt. Daarom brengen we de voeg vooraf in kaart, samen met de andere aansluitingen op het dak, zoals ook bij een [gevelaansluiting op houtwolcementplaat](/bevestiging/houtwolcementplaat/gevelaansluiting) de plek van de klemmen vooraf wordt bepaald in plaats van tijdens het leggen.

Wanneer dit meer overleg vraagt

Bij een dilatatievoeg die maar een paar millimeter beweegt en op een rustige plek in het dakvlak ligt, is de aanpassing in de baanverdeling meestal beperkt: twee banen die net voor en na de voeg eindigen, met het bijpassende overgangsdetail. Bij een bredere voeg, of een voeg die dicht bij een hoek, een lichtstraat of een doorvoer ligt, wordt het ingewikkelder, omdat daar meerdere details samenkomen op een klein oppervlak. In die gevallen is het raadzaam om de dilatatie samen met de rest van de aansluitingen op tekening te bespreken voordat de banen worden gewalst, zodat de klemposities voor het hele dakvlak in één keer klopt in plaats van achteraf te worden bijgewerkt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink