Klikzink
Op een buitenhoek, waar twee dakvlakken of een dakvlak en een gevel tegen elkaar aan komen, loopt elke baan een andere lengte. De baan die het dichtst bij de hoek ligt is kort, de baan een meter verder is een stuk langer, en de fels aan het eind van de baan moet die schuine lijn volgen. Bij golfplaat is dat probleem grotendeels weggenomen door het materiaal zelf: een golfplaat is een plat, buigzaam vel met een profiel erin geperst, en dat vel kan je op maat zagen zonder dat er iets aan de bevestiging verandert. Bij een klikfelsbaan ligt dat anders, en die vergelijking is de kern van dit stuk.
Golfplaat wordt met doorlopende schroeven vastgezet, dwars door de golftop heen, in de gording of het onderliggende dakbeschot. Op een hoek zaagt de dakdekker de plaat schuin af en zet de schroeven op dezelfde manier als op de rest van het dak: recht door het materiaal, in een raster dat al vantevoren vastligt. De schuine snijkant heeft geen aparte oplossing nodig, omdat de bevestiging niet aan de rand van de plaat zit maar overal verspreid over het vlak. Dat maakt een hoek in golfplaat in de praktijk een kwestie van goed meten en een rechte zaagsnede, niet meer dan dat. Voor een loods, een schuur of een bedrijfshal waar de hoek nauwelijks in het zicht komt, is dat een reƫle en voordelige oplossing. De plaat is goedkoop, de montage is snel te leren, en de schroeven zijn overal te krijgen.
Bij een klikfelsbaan zit de bevestiging niet verspreid over het vlak maar geconcentreerd in de klemmen onder de fels, aan de langszijden van de baan. Die klemmen liggen op een vast ritme de baan af, en aan het einde van de baan, waar hij de hoeklijn volgt, moet die laatste klem nog steeds goed grip hebben op een stuk plaat dat door de schuine afsnijding korter is dan verderop in de baan. Op de kortste banen, dicht bij de punt van de hoek, kan het stuk plaat na de laatste klem maar een paar centimeter zijn. Daar is geen ruimte voor een extra doorboring om het te redden, want de bevestiging is en blijft blind: er gaat geen schroef door de plaat. De oplossing zit in de volgorde van leggen en in waar de klemmen op de ondergrond worden vastgezet, niet in het materiaal zelf bijschroeven.
In de praktijk betekent dit dat de dakdekker op een hoek van tevoren uitzet waar elke baan eindigt, en de klemmen op de gording of het dakbeschot zo positioneert dat ook de kortste baan nog een klem heeft die stevig aangrijpt. Dat is meer voorbereidend werk dan bij golfplaat, waar je in principe overal kunt schroeven zolang er een gording onder zit. Bij een klikdak ligt dat vast voordat de eerste baan wordt gelegd, en een hoek waarbij dat niet is doordacht, geeft een zwakke plek precies op de plek waar het dak het meest opvalt.
De eerlijke vergelijking gaat niet over welke bevestiging knapper is, maar over wat er over twintig jaar nog goed uitziet en dichtblijft. Golfplaat met doorlopende schroeven heeft op elk van die schroefgaten een rubberen of neopreen ring die de doorboring moet afdichten. Die ringen verouderen, vooral onder een felle zon of bij grote temperatuurwisselingen, en na een aantal jaren gaat een deel daarvan lekken. Op een groot plat vlak is dat te overzien; op een hoek, waar water van twee kanten samenkomt en de druk op de naad wat groter is, is dat vaak de eerste plek waar een golfplatendak gaat lekken. Herstellen betekent het gat opnieuw afdichten of de ring vervangen, en dat is onderhoud dat blijft terugkomen.
Een klikfelsdak heeft die doorboringen niet, ook niet op de hoek. De zwakke plek zit daar niet in verouderend rubber maar in de vraag of de klem onder de kortste baan goed vastzit en of de fels op de schuine snede netjes is afgewerkt. Is dat bij het leggen goed gedaan, dan is er op die plek niets dat achteraf slijt zoals een afdichtring dat doet. Dat is ook precies waarom deze bevestiging meer voorbereiding aan de voorkant vraagt: de kwaliteit van een klikdak op een hoek wordt bepaald tijdens het leggen, niet door een onderdeel dat je jaren later nog kunt vervangen.
De reden dat golfplaat op een schuur of loods vaak de eerste keuze is, ligt niet alleen in de prijs van het materiaal maar ook in de snelheid van leggen. Een dakdekker die golfplaat gewend is, zaagt de hoek af, schroeft door, en gaat verder. Er is weinig denkwerk nodig over waar de bevestiging precies komt, want die ligt in een vast raster. Bij een klikfelsbaan is de montage op een recht vlak ook snel, met de klem onder de fels en geen doorboringen om apart af te dichten, maar op de hoek moet er even worden nagedacht over de positie van elke klem ten opzichte van de aflopende baanlengte. Dat is geen ingewikkeld rekenwerk, maar het is wel een stap die bij golfplaat wegvalt.
Daartegenover staat dat een golfplatendak op een hoek na verloop van tijd onderhoud vraagt dat bij een klikdak niet aan de orde is, simpelweg omdat er niets is dat lek kan gaan zitten. Voor een schuur waar het uiterlijk er niet toe doet en een lekkage op de hoek met een likje kit te verhelpen is, is golfplaat een verstandige en goedkope keuze. Voor een dak dat na twintig jaar nog steeds strak moet liggen, en waar een hoek in het zicht ligt vanaf de straat of vanaf een aangrenzend gebouw, verdient de klem de voorkeur, ook al vraagt die op die ene hoek iets meer aandacht bij het leggen.
De hoek is dus het punt waarop het verschil tussen beide systemen het duidelijkst wordt. Golfplaat lost de hoek op door simpelweg door te schroeven, ongeacht waar de plaat afloopt, en betaalt daarvoor met doorboringen die op termijn onderhoud vragen. Een klikfelsbaan lost de hoek op door de klemmen zorgvuldig te positioneren onder elke baan, hoe kort ook, en houdt daarmee een dak zonder doorboringen, ook precies op de plek waar water van twee vlakken samenkomt. Welke van de twee bij uw project past, hangt af van wat het gebouw moet doen: een tijdelijke of ondergeschikte kap heeft baat bij de eenvoud van golfplaat, een dak dat lang mooi en droog moet blijven bij de nauwkeurigheid van de klem.