Klikzink
Bij een schuur of loods met golfplaat gaat de aandacht naar het grote vlak. De rand, waar het dakvlak overgaat in het boeiboord, is een detail dat er even bij wordt gedaan. Dat is precies de plek waar we, jaren na oplevering, het meeste onderhoud zien. Niet omdat golfplaat een slecht materiaal is, maar omdat de aansluiting op die verticale rand nooit was ontworpen om lang mee te gaan. Bij een klikfelsbaan ligt dat anders, en het is de moeite waard om precies te zien waarom.
Golfplaat wordt met de golfslag horizontaal over de gordels gelegd en met doorboorde schroeven vastgezet, meestal in de top van de golf. Aan de rand van het dak loopt de plaat door tot aan het boeiboord, en daar wordt hij afgewerkt met een aparte windveer of eindkap die los over de golf wordt gezet en vastgeschroefd. Die eindkap moet twee dingen tegelijk doen die niet goed samengaan. Hij moet de golfvorm van de plaat volgen, met de bijbehorende naden en overlappen, en hij moet dicht blijven op een verticaal vlak dat aan weer en wind bloot ligt. Bij een goedkope schuur is dat vaak een kwestie van een profiel dat er redelijk gepast tegenaan is gezet, met een rij schroeven door beide materialen heen.
Het probleem zit niet in de eerste jaren. Het zit in wat er daarna gebeurt. Een golfplaat dak van staal zet uit en krimp bij temperatuurwisselingen, en dat gebeurt in het vlak van de plaat, in de richting van de golven. Het boeiboord zelf, van hout of van een ander plaatmateriaal, beweegt anders en meestal minder. Op de plek waar beide met dezelfde schroeven aan elkaar vastzitten, ontstaat dus een verschil in beweging dat de schroefgaten jaar na jaar een beetje uitslijt. Bij golfplaat is dat gat al relatief groot, omdat de schroef door de top van een golf gaat en het gat om functionele redenen niet te strak kan zitten. Na een aantal jaren zit die schroef losser dan toen hij erin ging, en juist op de rand waar regen en wind het hardst aangrijpen.
Daarbij komt dat de eindkap bij golfplaat vaak een gebogen of geplooid profiel is dat om de golfvorm heen moet. Op de overgang van golf naar vlak boeiboord zitten kleine plooien en naden die bij de fabricage niet altijd honderd procent gelijk zijn. Dat is voor een bedrijfshal zonder verdere afwerking geen probleem, zolang het water er maar globaal uit blijft. Voor een dak dat er na twintig jaar nog representatief uit moet zien, is het een andere zaak. De naad bij het boeiboord is dan vaak de eerste plek waar roestvlekken of doorslag te zien zijn, lang voordat het middenvlak van het dak iets laat zien.
Bij onze felsbanen ligt de rand anders in elkaar, en dat komt voort uit hoe de baan al op het vlak zelf bevestigd is. Er gaat geen schroef door de plaat. De banen klikken over een klem die onder de fels zit vastgezet op de ondergrond, en die klem staat los van de plaat zelf toe te laten dat de plaat een klein beetje kan bewegen bij temperatuurwisselingen. Staal zet minder uit dan zink, maar het zet wel uit, en de klemverbinding is daar het antwoord op: de plaat schuift een fractie in de klem, in plaats van dat de bevestiging meebeweegt en op een gegeven moment loslaat.
Aan de rand, bij het boeiboord, wordt die laatste baan omgezet in een opstaande rand die aansluit op een aparte gootlijst of muurplaat, die op zijn beurt aan het boeiboord bevestigd is. Dat is een verbinding tussen twee vlakke, rechte onderdelen, zonder golfvorm die eromheen moet worden gebogen. Er is dus geen plek waar een gebogen profiel strak om een golf moet sluiten en daarbij per definitie een compromis maakt tussen vorm en dichtheid. De opstaande rand van de baan en de aansluitende lijst kunnen in het verlengde van elkaar liggen, met een overlap die regenwater simpelweg naar buiten leidt in plaats van dat er een naad ontstaat die van het toeval afhangt hoe strak hij zit.
Dat is meteen ook waar het verschil eerlijk gezegd moet worden. Golfplaat met een geschroefde eindkap is aanzienlijk sneller te monteren voor wie alleen naar de metersprijs kijkt, en voor een loods of schuur waar het uiterlijk van de rand geen rol speelt, is dat een reële afweging. Er is niets tegen golfplaat als de functie van het gebouw vraagt om een dichte, betaalbare overkapping waar niemand kritisch naar het boeiboord gaat kijken. Onze banen zijn duurder om te leggen, en ze vragen een andere voorbereiding op de rand: de gootlijst en de klemmen moeten kloppen voordat de eerste baan gelegd wordt, en dat werk wordt niet in een uurtje gedaan zoals een eindkap tegen een golfplaat schroeven.
Waar het verschil wél telt, is bij gebouwen waar de rand in het zicht staat en waar een lekkage aan het boeiboord niet zomaar een kwestie is van een paar schroeven bijdraaien. Bij een woning, een bedrijfspand met representatieve gevel, of een dak waar het boeiboord grenst aan een gevel die niet zomaar even open kan, is het verschil in de tijd merkbaar. Niet omdat golfplaat inferieur is als materiaal, maar omdat de bevestiging aan de rand bij golfplaat inherent een zwakkere schakel is dan het middenvlak, terwijl bij een klikfelsbaan de rand net zo goed blind bevestigd is als de rest van het dak.
Wie twijfelt tussen de twee, doet er goed aan te kijken naar wat er over twintig jaar met het gebouw moet gebeuren. Een loods die na die tijd toch vervangen wordt, heeft weinig aan de meerprijs van een klikfelsbaan. Een dak dat blijft staan en waarvan de rand elk jaar zichtbaar is vanaf de straat of vanuit de tuin, wint bij een bevestiging die niet afhankelijk is van een schroef door een golf. Wij denken daarin mee op tekening, zonder kosten, en leveren de banen op maat vanaf 450 tot 8000 millimeter, zodat ook het stuk bij het boeiboord precies past zonder resten of lasnaden.