Klikzink
Waar een dak tegen een opgaande muur loopt, moet water dat gevelvlak op een gecontroleerde manier passeren of juist buiten blijven. Bij golfplaat gebeurt dat meestal met een gebogen of gegolfde windveer of loodslabbe die over de laatste plaat heen wordt gezet en tegen de muur wordt afgekit of met een profiel afgedekt. Bij een klikdak van stalen felsbanen ligt er een opstaand eindprofiel dat om de fels valt en meebeweegt met de baan zelf. Dat is het verschil waar deze pagina over gaat: niet de vraag welk dak mooier is, maar wat er op die ene overgang gebeurt als het warm wordt, als het regent met wind, en als het twintig jaar later nog steeds moet werken.
Bij golfplaat is de gevelaansluiting doorgaans een aparte handeling los van de dekking. De platen liggen er, meestal vastgeschroefd door de top van de golf heen, en dan komt er een afsluitend profiel overheen dat aan de muur wordt bevestigd. Dat profiel zit vast, punt. Het gaat niet met de plaat mee bij temperatuurwisseling, want de plaat zelf zit ook vast via de schroeven. Bij een golfplaat van enige lengte merk je dat nauwelijks, de platen zijn kort genoeg en de doorbuiging beperkt. Bij onze felsbanen ligt dat anders, want een baan kan van 450 tot 8000 millimeter op maat worden afgekort en zet bij temperatuurwisseling meetbaar uit en in. Staal doet dat ongeveer half zoveel als zink, maar nul is het niet. Daarom klikt het gevelprofiel om de fels in plaats van dat het vastgeschroefd wordt aan de plaat: de baan kan onder het profiel door bewegen zonder dat er scheurvorming of trekspanning ontstaat op de plek waar het dak de muur raakt.
Onze banen zitten vast via een klem die onder de opstaande fels van 35 millimeter schuift en aan de ondergrond wordt bevestigd. Er gaat geen schroef door het vlak van de plaat. Bij de gevelaansluiting werkt dat door: het eindprofiel tegen de muur wordt niet aan de felsbaan zelf vastgezet, maar aan de ondergrond, en de baan schuift er met enige speling onderdoor of ertegenaan. Bij golfplaat is die vrijheid er niet. Het profiel en de plaat zijn met dezelfde schroeven aan elkaar en aan de gording verbonden, dus als er beweging optreedt, moet die beweging worden opgevangen door de kit of de overlap, en dat is precies de plek waar op oudere golfplatendaken de eerste roestvlekken en lekkages ontstaan. Niet omdat golfplaat slecht materiaal is, maar omdat de aansluiting star is gemaakt op een plek waar het dak juist wil bewegen.
Dat betekent niet dat golfplaat hier per definitie zwakker uit de bus komt. Voor een schuur, een loods of een bijgebouw met een beperkte levensduur is een gekitte of geschroefde gevelaansluiting op golfplaat een eerlijke en goedkope oplossing. De kit moet periodiek nagekeken worden, en na tien tot vijftien jaar is bijwerken vaak nodig, maar de kosten daarvan staan in verhouding tot wat het gebouw moet doen. Wie een dak wil dat er over twintig jaar nog hetzelfde uitziet zonder dat er onderhoud aan de aansluitingen is geweest, moet weten dat golfplaat op dat punt niet is ontworpen. De plaat zelf gaat vaak lang mee, de aansluiting bij de gevel is meestal de eerste plek waar het misgaat.
Op een golfplatendak wordt de gevelaansluiting meestal als laatste stap gedaan: platen erop, schroeven erin, en dan het afdekprofiel eroverheen kitten of schroeven. Dat is een aparte werkgang die weer en droogtijd van de kit vraagt. Bij een klikdak monteren wij het opstaande gevelprofiel vaak al voordat de laatste baan wordt gelegd, omdat de klem eronder al op de ondergrond bevestigd kan worden terwijl de rest van het dak nog dichtgaat. Dat scheelt geen dramatische hoeveelheid tijd op een klein dak, maar op een groot vlak met veel gevelaansluitingen, zoals bij een bedrijfshal met een haakse hoek in de gevellijn, telt elke handeling die je niet apart moet inplannen. Wij werken dat verder uit bij de aansluiting op een groot dakvlak, waar de volgorde van leggen meer verschil maakt dan bij een klein dak.
Een ander praktisch punt is de weersafhankelijkheid. Kitwerk bij golfplaat vraagt een droge, niet te koude dag, anders hecht de kit niet goed en moet het werk worden overgedaan. Onze banen zijn koud vouwbaar tot -15 graden en de klem is een mechanische verbinding die niet van temperatuur of luchtvochtigheid afhangt. Dat maakt de planning voorspelbaarder, wat vooral telt bij projecten waar de bouwstroom strak gepland is, zoals wij ook toelichten bij de aansluiting bij winterwerk.
Eerlijkheid hierover: golfplaat wint op twee punten die er echt toe doen. Het eerste is prijs. Golfplaat is een van de goedkoopste dakbedekkingen die er zijn, en voor een tijdelijke schuur, een opslagloods of een gebouw waarvan de levensduur beperkt is, is elke euro die je aan een duurdere gevelaansluiting besteedt een euro die niet in verhouding staat tot de rest van het gebouw. Het tweede is eenvoud van reparatie. Als er bij golfplaat iets misgaat aan de gevelaansluiting, kan een lokale dakdekker met een tube kit en een nieuw profiel dat meestal binnen een dagdeel verhelpen. Bij een klikdak moet je bij schade aan het gevelprofiel of de klemmen eronder net iets gerichter werken, en je hebt iemand nodig die weet hoe de klem loskomt zonder de fels te beschadigen. Dat is geen onoverkomelijk probleem, maar het is niet het werk van de eerste voorbijganger met een kitpistool.
De keuze hangt dus af van wat het gebouw moet doen en hoelang. Bij een gebouw waar de gevel weinig aandacht krijgt en waar een reparatie na tien jaar geen probleem is, is golfplaat met een gekitte aansluiting een verstandige en goedkope keuze. Bij een gebouw waar de gevelaansluiting na twintig jaar nog steeds droog moet zijn zonder dat er tussentijds is bijgewerkt, is de blinde bevestiging met een meebewegend profiel de reden waarom wij voor felsbanen kiezen. Wilt u weten hoe die aansluiting er in uw situatie concreet uitziet, dan denken wij op tekening mee, kosteloos, en dat geldt voor een schuine gevel net zo goed als voor een rechte hoek.