Klikzink

De dilatatie van een klikdak tegenover dakpannen

Een rij dakpannen en een doorlopende felsbaan lossen hetzelfde probleem op een tegenovergestelde manier op. Beide moeten een dak dicht houden terwijl het gebouw daaronder beweegt door temperatuur, wind en zetting. Pannen doen dat door van elkaar los te liggen. Onze banen doen dat door juist aan elkaar vast te zitten en de beweging op een vaste plek, de dilatatievoeg, te concentreren. Wie beide systemen naast elkaar zet, ziet meteen waarom de bevestiging onder de plaat zo veel uitmaakt.

Een dakpan ligt los op de panlat, gehaakt aan de bovenzijde en soms met een clip vastgezet tegen wind. Tussen de pannen zit speling: de overlap. Die overlap is de dilatatie van een pannendak, verspreid over duizenden kleine voegen in plaats van geconcentreerd op één plek. Elke pan kan een fractie ten opzichte van zijn buren bewegen zonder dat er iets scheurt, want er is nergens een doorlopend verband dat de spanning moet opvangen. Dat is de kracht van pannen: het systeem is intrinsiek los, dus het vergeeft veel.

Bij een felsbaan ligt dat anders. De baan is één doorlopend stuk plaatmateriaal, soms tien meter lang, vastgeklikt over klemmen die onder de fels zitten. Er is geen speling tussen de klem en de plaat, en dat is precies de bedoeling: zonder die vaste grip zou de baan bij wind opwaaien. Maar diezelfde vaste grip betekent dat de plaat nergens vrijuit kan bewegen, behalve waar wij dat toestaan. Vandaar de dilatatievoeg, een detail dat wij uitgebreider behandelen op de pagina over [de dilatatie bij een klikdak](/bevestiging/dilatatie). Hier gaat het vooral om het verschil met pannen: bij pannen zit de beweging overal een beetje, bij een klikdak zit de beweging op een paar plekken helemaal.

Waar pannen het beter doen

Het eerlijke antwoord is dat een pannendak zich makkelijker aanpast aan een onregelmatig of bewegingsgevoelig gebouw. Op een houtskeletbouw die merkbaar zet, of op een uitbouw die los van het hoofdgebouw funderingswerking vertoont, is een dak van losse elementen minder gevoelig voor scheuren dan een doorlopende plaat. Elke pan absorbeert zijn eigen stukje vervorming. Bij een felsdak moet die vervorming ergens naartoe, en als de dilatatievoeg niet op de juiste plek zit of te klein is gedimensioneerd, zoekt de spanning een uitweg in de plaat zelf. Dat is dan geen mooie scheur langs een naad, maar een golving of een gescheurde fels op een willekeurige plek. Op een dak waar de constructie zelf al onvoorspelbaar beweegt, is dat een reëel nadeel van een doorlopend systeem.

Ook bij reparatie is het verschil duidelijk. Een gebroken dakpan vervangt u door hem los te maken en een nieuwe erin te haken; het karwei duurt een kwartier en de rest van het dak merkt er niets van. Bij een felsbaan die beschadigd is, moet u het deel van de baan tussen twee klikvoegen losmaken, wat meer voorbereiding en gereedschap vraagt dan het optillen van een pan. Voor een dak dat vaak onderhoud nodig heeft, of waar leidingwerk regelmatig wordt aangepast, is dat een praktisch punt waar pannen simpelweg makkelijker zijn.

Waarom wij het toch anders doen

De reden dat wij met een doorlopende baan werken in plaats van losse elementen, zit in wat er gebeurt bij wind en bij water. Een pannendak heeft duizenden randjes en overlappen, en elke rand is een plek waar wind kan grijpen en waar water kan binnendringen bij extreme slagregen of bij een verstopte overlap. Een felsbaan heeft over de volle lengte maar twee naden: de fels aan beide zijden, geklikt en dus mechanisch vergrendeld. Er is geen los element dat kan opwaaien, want er is geen los element. De klem houdt de baan vast zonder dat er een schroef doorheen gaat, en dat blinde karakter van de bevestiging is precies wat het dak zowel winddicht als beweeglijk houdt op de plek waar wij dat toestaan.

Het gewicht speelt hier ook een rol. Onze banen wegen ongeveer vijf kilo per vierkante meter, aanzienlijk lichter dan een pannendak met zijn stapeling van kleiproducten. Bij een lichte constructie of bij renovatie waar het bestaande dakvlak geen grote belasting meer mag krijgen, is dat een overweging die los staat van de dilatatie maar er wel mee samenhangt: minder gewicht op de dakconstructie betekent vaak ook minder zetting, en dus minder beweging die de dilatatievoeg moet opvangen.

De uitzetting zelf is bij ons materiaal beperkter dan bij zink, ongeveer de helft, wat betekent dat de dilatatievoegen minder ver van elkaar hoeven te staan dan bij een gesoldeerd zinken dak. Wie dat vergelijkingspunt wil uitdiepen, leest daarover meer bij [de dilatatie tegenover gesoldeerd zink](/bevestiging/dilatatie/tegenover-gesoldeerd-zink). Tegenover dakpannen is de vergelijking anders, want pannen zetten nauwelijks uit als los element; hun probleem is nooit uitzetting maar altijd de overlap en de wind onder de pan.

Wat dit betekent op de bouw

Op de bouwplaats vertaalt dit verschil zich in andere beslissingen. Bij een pannendak legt de dakdekker rij voor rij, met tussenruimte voor uitzetting die overal gelijk verdeeld is en die niemand vooraf hoeft te berekenen: de overlap vangt het op, ongeacht waar op het dak. Bij een felsdak bepaalt de leverancier, in ons geval op tekening, waar de dilatatievoegen komen voordat de eerste baan wordt gelegd. Dat vraagt meer voorbereiding, maar geeft ook meer zekerheid: de plek waar het dak mag bewegen ligt vast, in plaats van overal een beetje verspreid te zijn zoals bij pannen.

Een ander verschil is de snelheid waarmee een vlak dicht komt. Een rij pannen leggen gaat rij voor rij, met haken en soms clips per pan. Een felsbaan wordt in banen gelegd die aanzienlijk breder zijn dan een enkele pan en die in één beweging over de volle lengte vastklikken. Voor een groot, onderbroken dakvlak is dat sneller, al hangt de uiteindelijke planning ook af van het aantal doorvoeren en hoeken; daarover meer op de pagina over [de dilatatie bij een groot open dakvlak](/bevestiging/dilatatie/groot-dakvlak).

De kern van de vergelijking is dus niet dat het één systeem beter is dan het andere, maar dat ze de beweging van het gebouw op een andere plek opvangen. Pannen verspreiden de speling over honderden kleine voegen en zijn daardoor vergevingsgezind bij onregelmatige beweging, met als prijs meer randen waar wind en water kunnen aangrijpen en meer onderhoud over de jaren. Een felsbaan concentreert de speling in een beperkt aantal dilatatievoegen en blijft daardoor over grote lengte glad en winddicht, met als voorwaarde dat die voegen goed gepland zijn voordat de eerste klem wordt gezet. Voor een dak met een voorspelbare, stabiele constructie is dat een gunstige ruil. Voor een gebouw dat zelf al grillig beweegt, is een pannendak soms simpelweg het vergevingsgezindere antwoord.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink