Klikzink
Een gevel die verticaal bekleed wordt met felsbanen, hangt er anders bij dan een dak. Er is geen dakhelling die het water een richting op stuurt, en er is meer te zien voor wie erlangs loopt. Maar de bevestiging werkt in de kern hetzelfde als op een dak: onze klikbanen worden blind bevestigd met klemmen die onder de fels vallen. Er gaat geen schroef door de plaat, en dat is precies waar de verticale toepassing zijn eigen aandachtspunten krijgt.
Bij een liggende, horizontale gevelbekleding werkt de zwaartekracht mee met de klemmen: de baan hangt als het ware op zijn plek. Verticaal ligt dat anders. De baan hangt zijn volle lengte in de klemmen, van de onderkant van de gevel tot boven, en die klemmen moeten dat gewicht over de hele hoogte dragen. Dat is geen probleem, maar het is wel de reden waarom de klemafstand en de ondergrond bij een verticale gevel nauwkeuriger bekeken moeten worden dan bij een liggende toepassing. Hoe die ondergrond en de rest van de technische opbouw eruit moeten zien, staat op klikfels.com; hier gaat het om wat de bevestiging zelf betekent voor het monteren en het resultaat.
Op een dak kijkt bijna niemand van dichtbij. Aan een gevel kijkt iedereen die er voorbijloopt er recht tegenaan, op ooghoogte, in zijlicht dat elke oneffenheid laat zien. Een schroef die door de plaat gaat, laat op termijn een schaduwrand of een roestspoortje zien rond de kop. Bij een verticale gevel is dat zichtbaarder dan waar dan ook, simpelweg omdat het gezichtsveld daar op gericht is.
De klem die wij gebruiken zit onder de fels, de haaks opstaande rand van 35 millimeter waarmee de banen in elkaar grijpen. Vanaf de voorkant is er niets te zien dan de baan zelf en de lijn van de fels. Geen schroefkoppen, geen bevestigingspunten die na verloop van tijd gaan verkleuren. Voor een architect die een gevel tekent zonder onderbrekingen, is dat vaak precies het punt: het aanzicht wordt bepaald door de platen en de fels, niet door hoe ze vastzitten.
Een gevel aan de zonzijde wordt warmer dan een gevel aan de noordkant, en een verticale baan van een paar meter lang zet daardoor uit en krimpt weer in. Onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, maar nul is het niet. Bij een traditioneel gesoldeerd felsdak of -gevel moet die uitzetting worden opgevangen in de naad zelf, met de nodige precisie en ervaring van de verwerker. Bij onze klikverbinding kan de baan in de klem een klein beetje bewegen zonder dat de bevestiging daar last van heeft. De klem houdt de baan op zijn plaats, maar knijpt hem niet star vast.
Dat is meteen ook de reden waarom een verticale gevel met lange, ononderbroken banen om een andere aanpak vraagt dan een gevel die in kortere stroken is opgedeeld. Bij een pand van, zeg, twaalf meter hoog kan een enkele baan die hele hoogte overbruggen, op de millimeter afgekort tot 8000 millimeter. Hoe langer die baan, hoe meer uitzetting er over de lengte wordt opgebouwd, en hoe belangrijker het wordt dat de klemmen die beweging kunnen volgen zonder dat de fels gaat wringen. Bij kortere stroken met een onderbreking speelt dat veel minder.
Op een steiger, verticaal, is de volgorde van werken net iets anders dan op een plat dak waar je horizontaal over het vlak loopt. De klemmen worden op de ondergrond bevestigd in de lijn waar de fels straks komt, van onder naar boven of omgekeerd, en de eerste baan wordt in die klemmen gezet en vastgeklikt. Daarna schuift de volgende baan zijn fels over die van de vorige, klikt vast, en zo verder over de breedte van de gevel.
Bij een dakdekker die dit voor het eerst op een gevel doet, valt vooral op hoeveel minder er stilgestaan wordt te wachten. Er is geen soldeerbout die op temperatuur moet komen, geen weersafhankelijkheid van een open vlam op een steiger, en geen keuring van elke naad die net gesoldeerd is. Dat betekent niet dat iedereen dit zonder instructie kan doen: een baan recht houden op drie meter hoogte, de klemafstand aanhouden die voor die gevelhoogte nodig is, en de aansluiting bij kozijnen en hoeken netjes afwerken, dat blijft precisiewerk. Maar het aantal handelingen per vierkante meter is minder, en dat werkt door in het tempo waarmee een gevel dicht komt.
Een voorbeeld uit de praktijk: een utilitair gebouw met een verticaal bekleed gevelvlak van enkele honderden vierkante meters, opgedeeld in drie bouwlagen. Met traditioneel felswerk zou dat vlak in fasen zijn aangepakt, met een beperkt aantal vierkante meters per dag omdat solderen niet te haasten is. Met klikbanen kon de ploeg per dag een veelvoud van dat oppervlak afwerken, simpel omdat het grootste deel van de tijd niet meer ging naar het maken van de verbinding, maar naar het positioneren van de baan.
Geen schroeven door de plaat betekent niet dat er geen zwakke plekken meer zijn, ze liggen alleen ergens anders. Bij een geschroefde gevelbeplating is elke schroefgat een plek waar de coating doorbroken is en waar water, als de afdichting ooit faalt, een weg naar binnen kan vinden. Bij onze banen ligt de aandacht juist bij de randen: de onderkant van de gevel, de aansluiting op kozijnen, de hoeken waar twee gevelvlakken samenkomen en de overgang naar het dak. Dat zijn plekken waar de klem niets aan verandert, en waar het detail bepaalt of het dicht blijft. Hoe die aansluitingen precies worden opgelost, staat op principedetails.com; hier is het genoeg om te weten dat de blinde bevestiging het probleem verplaatst, niet oplost.
Ook de ondergrond blijft van belang. Een klem die stevig in een deugdelijke regel of drager is bevestigd, houdt een baan van meters lang op zijn plaats. Een klem in een ondergrond die zelf al beweegt of verzakt, houdt dat niet vol, met schroef of zonder schroef door de plaat. De bevestiging is dus nooit los te zien van waar hij op vastzit.
Niet elke gevel is gebaat bij lange, verticale banen. Op een gevel met veel kleine openingen, uitspringende delen of een grillige geometrie leidt een verticale legrichting tot veel korte stukken en aansluitingen, en dan verdwijnt precies het voordeel van de lange, ononderbroken lijn. In dat geval kan een horizontale legrichting, zoals beschreven op de pagina over gevel horizontaal, praktischer zijn, of een andere indeling van het vlak die beter aansluit op de kozijnpartijen.
Ook bij gevels die vanaf zes graden overgaan in een schuin dakvlak, zoals bij een kap die doorloopt tot in de gevel, is het de moeite waard om dat overgangsdetail vooraf op tekening te bekijken. Wij denken daar kosteloos in mee, en leveren de banen op maat aangeleverd zodat er op de bouwplaats niet meer afgekort hoeft te worden dan nodig.
Voor een gevel die verticaal bekleed wordt, telt vooral de hoogte van het vlak, het aantal onderbrekingen door kozijnen of luifels, en de ondergrond waarop de klemmen komen. Geef ons die maten en het aanzicht op tekening, en wij denken mee over de indeling van de banen en de plaats van de klemmen. Er zijn monsters beschikbaar van de drie matte kleuruitvoeringen, zodat u ook in het echte licht van de gevel kunt zien hoe het vlak eruit komt te zien.